Direct naar de inhoud Direct naar het hoofdmenu Direct naar het servicemenu Direct zoeken

Landelijk stelsel

In 2001 is tussen de toenmalige minister van OCW en de Vereniging Hogescholen een convenant gesloten, waarbij subsidie werd verleend om lectoren en kenniskringen in het hbo te introduceren. De stichting kennisontwikkeling (SKO) werd in het leven geroepen om de subsidie toe te kennen op basis van de aanvragen vanuit de hogescholen. Dit vond plaats door middel van ex-ante kwaliteitstoetsen. In 2004 kwam een vernieuwd lectorenconvenant tot stand, waarin onder meer de afspraak dat de financiële middelen voor onderzoek vanaf 2007 structureel zouden worden opgenomen in de reguliere ‘lump sum’ bekostiging van hogescholen. Hieraan werd verbonden dat voor de hogescholen, met ingang van januari 2009, een landelijk kwaliteitszorgstelsel voor het onderzoek operationeel zou zijn.

Drie onderdelen
Het vanaf 2009 geldende kwaliteitszorgstelsel ten aanzien van het onderzoek aan hogescholen bestaat uit drie onderdelen:

  1. De kwaliteitszorgsystemen van de hogescholen waarbinnen externe onafhankelijke evaluaties van onderzoekseenheden functioneren.
  2. Een landelijke validatiecommissie (VKO) die deze kwaliteitszorgsystemen zesjaarlijks valideert.
  3. Jaarlijkse monitoring door de Vereniging Hogescholen van de ontwikkeling en resultaten van onderzoek aan hogescholen in de vorm van een brancherapportage.

 

Missie
Het stelsel heeft de volgende missie: Het stelsel draagt bij aan de ontwikkeling en innovatie van de beroepspraktijk, het onderwijs en de samenleving als geheel, door middel van structurele en expliciete aandacht voor de permanente evaluatie en verbetering van de kwaliteit van het onderzoek en hierop gebaseerde kennisontwikkeling, -toepassing en –circulatie.

Doelstellingen
De concrete doelstellingen van het stelsel zijn:

  • het borgen en verbeteren van de kwaliteit van het onderzoek en de organisatie eromheen;
  • het versterken van de positie en het imago van het praktijkgerichte onderzoek;
  • het genereren van sturingsinformatie voor de hogeschool en de branche;
  • de verantwoording richting overheid en maatschappij over de besteding van publieke middelen.


Belang en belanghebbenden
Daarmee hebben veel partijen belang bij het kwaliteitszorgstelsel. In eerste instantie de betrokkenen binnen de hogescholen: bestuurders, lectoren, management, staf, docenten en studenten. Daarnaast met name de beroepspraktijk, de vereniging van hogescholen als brancheorganisatie, de samenleving en de overheid. Het stelsel [link naar basisdocument] is daarom in nauwe samenwerking met deze belanghebbenden (door)ontwikkeld en uitgevoerd.

vorige   
kwaliteitszorg voor het onderzoek aan hogescholen